
Niet gehinderd door enige conditie of kennis van zaken werden acht (ex-)rugbyers (Piet, Maxine, Mark, Felicie, Rinus, Matthé, Harm en Pino) en nog wat uitschot op de ATB gehesen om een weekendje afzien tegemoet te zien.
Het zag er erg stoer uit, naar beneden ging het ook wel stoer, maar naar boven bleek het “uitschot” bergbestendiger te zijn dan de “geoefende” rugbyers. Het drama begon al toen het 2-jarige dochtertje van Matthé toch andere ideeën had over een genoeglijk fietstochtje dan vastgesjord zittend voorop bij mams met een gebroken beentje door de modder. Waardoor zij het wild tot in een straal van 10 kilometer verjoeg met haar gehuil.
Ondertussen gingen Maxine en Marc zich te buiten in het nabij gelegen boekenwalhalla, zodoende een intellectueel excuus hebbende voor het simpele zwoegen. En zwoegen werd het: over rotsen, langs glibberige wortels, door beken. Het woord Mountain Bike werd erg letterlijk genomen. En de afdalingen werden met zo’n snelheid genomen dat het leek of je van klim naar klim fietste. Bovendien schudde je op de onverharde wegen zo hard door elkaar dat je toch niets kon waarnemen, afgezien van wat bleek weggetrokken Vlamingen die dachten een rustig wandelingetje door de natuur te kunnen maken en nog net opzij konden springen voor de aanstormende meute Hollanders.
De eerste ochtend werden we direct in het diepe gestort door Wilfried, kennelijk toch een goede vriend van Piet, die ons in een meedogenloos tempo door de bossen rond La Roche joeg. Het jonge spul klampte aardig aan, maar de rest moest al snel erg diep ademhalen om het zuurstofgebrek op te heffen. Daarna lunch in een soort van “vakantieoord” alwaar we liefdevol opgewacht werden met lekkere droge bammetjes-van-gisteren, die Piet dan ook gisteren besteld had en nog tot zondag goed genoeg bleken voor de Hollanders, terwijl de Belgen zich tegoed deden aan heerlijke frieten en malse kippen.
’s Middags werden de al wat minder jolige billen weer op de zadels gehesen en ging het met verdubbeld tempo door de Ardennen. Borden met “Pas op: Jacht” negerend en verder alle natuurwetten trotserend werden er stukjes ’technisch’ gefietst. Dat betekende hellingen af waar je zelfs abseilend nog moeite mee zou hebben, plekken waar je nooit een fiets zou verwachten laat staan een onder jou. Vol in de remmen met volledig blokkerende wielen schaar je naar beneden, om tot stilstand te komen in een beek, een hoop modder of tegen een boom.
’s Avonds probeerde Albert, niet voor niets Harms broer, de snelste weg terug naar Drenthe te vinden. Gelukkig voor hem eindigde die een twaalftal kilometers verder, waarna hij tenslotte toch nog de weg naar het hotel wist te vinden.
Zondag was geen rustdag. Na een wandelingetje moesten de gemartelde hammen toch weer op de zadels. Gisteren bleek slechts een peulenschil met hetgeen Wilfried vandaag in petto had. Begeleid door een marinier net terug uit Cambodja die hier z’n adrenalinespiegel kwam opvijzelen, werden ’technisch’ en afzien gecombineerd tot een hoogtepunt. Ook bleek dat boekenwijsheid nergens toe leidt want Mark werd er met ruim verschil afgefietst door Felicie. Met slechts één lekke band, één gebroken ketting en geen gewonden kwamen we er genadig af. Alleen de “Cambodjaan” probeerde een vijfvoudige salto op z’n fiets.
Na nog enkele Leffe’s getankt te hebben mochten we weer huiswaarts. Volgend jaar weer… En dan ook met wat meer rugbyers want we werden nu ruim verslagen.
Pino
























