Afgelopen zondagmiddag om half drie was het dan eindelijk weer zo ver. We mochten het veld weer in! Dit alles ging gebeuren in Rotterdam tegen het tweede team van RC Sparta. De roem van onze tegenstanders was hen al vooruitgesneld: een 126-0 overwinning in de eerste wedstrijd. Het doel van de Spartanen dit seizoen is duidelijk: kampioen worden en zo dichter bij hun eerste team in de ereklasse te gaan spelen. Maar wij zouden ons natuurlijk niet als makke lammeren naar de slachtbank laten leiden. Een gewaarschuwd schaap telt immers voor twee.

Zo doende gingen we met frisse moed de arena in, met zijn twintigen in totaal maar liefst! Is dit een voorbode van een seizoen met een welgevuld tweede team, of een niet beklijvend “eerstewedstrijdvanhetseizoenenthousiasme”? Laten we maar even uitgaan van het eerste. Er zaten namelijk veel nieuwe gezichten bij. Dat is altijd positief. En een aantal van hen wist al hoe het moest. Da’s extra positief. En de echt nieuwen waren (zoals later bleek) niet bang om hun kop in de scrums, rucks en mauls te duwen. Da’s helemaal positief! Maar goed. De wedstrijd dus.

Vanaf de eerste minuut liet Sparta zien dat het hun menens was. In hun gelederen zat een aantal spelers die vorig seizoen nog kampioen van de eerste klasse geworden zijn en die zijn niet van zins lang in de vierde klasse te blijven ballen. Dit resulteerde al snel in één of twee Spartaanse tries. In de minuten daarna kreeg Delft echter wat meer vat op de wedstrijd en hadden we ook enkele scoringskansen, die we helaas niet benutten. En zoals het zo vaak gaat strafte de tegenstander dit meteen af door nog enkele tries te scoren. Wat de ruststand was weet ik niet, maar het was te veel tries tegen nul in ons nadeel.

In de tweede helft ging de strijd wat meer gelijk op. De fantasieopstelling in de Delftse scrum begon elkaar wat beter te vinden, zodat onze driekwarten wat meer ballen kregen. Uiteindelijk wist Sef, inclusief genezen springersknie, door de Spartaanse verdediging te slalommen en de eerste Delftse try van het seizoen te drukken. (Staat hier geen kannetje op?). Stijn doet niet aan slalommen. Stijn propt, voor de gelegenheid. Dus toen hij de bal kreeg, enkele meters voor de trylijn, ging hij met ziel en zaligheid rechtdoor om met tegenstander en al in het Spartaanse doelgebied te belanden om daar te scoren. Sparta scoorde tussen de bedrijven door ook nog wat, zodat er een eindstand van 52-12 op de borden kwam. Al met al een terechte winnaar, hoewel wij meer hadden kunnen en hadden moeten scoren. Een leuke wedstrijd ook, waarin hard gespeeld en hard gewerkt werd. Met, zoals gezegd, veel nieuwe gezichten die erg goed meededen en met een paar oude legionairs uit het eerste team die zijn thuisgekomen om de herfst en winter van hun carrières te geven in de loopgraven van het onvolprezen tweede team. Daarom denk ik dat ik de vraag, of deze wedstrijd een voorbode is van een seizoen met een welgevuld tweede team wel positief kan beantwoorden.

Is er dan geen kritische kanttekening te plaatsen? Toch wel. Het tweede team heeft een eersterijprobleem. Hierdoor werd de Delftse scrum bevolkt door centers en proppende tweede rijers met af en toe een voorwaartse op zijn eigen plek. Een ander punt is dat de schrijver dezes, door al de NIET gedane trainingsarbeid, vandaag slechts zijn typevingertjes kan gebruiken daar al zijn andere ledematen verkrampt, verstijfd en op slot zijn. Dat kan een leuk seizoen gaan worden.

Stef A