Zaterdagochtend 18 oktober 1991 om 11 uur: 23 jongens en 3 begeleiders maken zich gereed voor de lange bootreis van Hoek van Holland naar Harwich. Zes à zeven uur later zetten we voet op Engelse bodem en hadden we nog een reis van 5 à 6 uur per bus te gaan. Om 1 uur ’s nachts kwam ik aan bij mijn gastgezin. Mijn gezin bestond uit: pa, ma, zoon, dochter, kat, vogel en hond.

De volgende ochtend speelden we tegen Cheshire, een sterk Engels districtsteam. “Alle Oranjeleeuwen naar de kleedkamer” riep onze captain Sander Verhoog van DIOK. De opstelling: de spanning was te snijden. Toen men bij nummer 10 aankwam sprong ik al bijna op van de zenuwen en ja hoor, nummer 11: Obbe Winkels van RC Delft. Na de warming-up allemaal de kleedkamer weer in en concentreren. 15 nerveuze gezichten, maar toch was het vuur in hun ogen te lezen. We zouden, kost wat kost, waardige tegenstanders zijn. We zouden gaan om te winnen. Het veld op. Erik de kikker, onze mascotte, met de captain voorop. Waarom een kikker? Ik denk Nederland – kikkerland. Na het fluitsignaal en na de eerste minuut maakte ik een late tackle en kreeg ik een officiële waarschuwing. De eerste van het toernooi. De eerste helft bleek Oranje nerveus en moe. De tweede helft bleek Oranje goed! Beter dan Cheshire zelf, maar toch verloren we met 30 – 4.

Maandag is iedereen weer vrolijk aanwezig bij een zware training, een paar met een kater, een paar geblesseerden en een paar aanstellers. Daarna naar Blackpool, een soort Scheveningen, maar dan in Engeland. Veel geld opgemaakt, maar ja dat hoort erbij. Op de terugreis stoeien in de bus, district west tegen het zooitje. ’n Gebroken stoel en dus 250 pond schade, ach dat hoort erbij.

De volgende dag stond Rusland op ons lijstje om verslagen te worden. Nadat we ons dus wederom teruggetrokken hadden om de opstelling te horen, gingen we het veld op om de Russen te verslaan. We speelden goed, eindelijk waren we vechtlustige rugbyers. In de tweede helft liepen de emoties bij onze nummer 11 en de Russische scrum-half zo hoog op dat ze begonnen te vechten. Alleen onze winger kreeg een officiële waarschuwing. Dat was dus m’n tweede. De wedstrijd verloren we ook met 36 – 6.

Woensdag probeerden de Oranjeleeuwen na een pittige training Manchester te veroveren. Dit was tevergeefs, maar wel leuk. ’s Avonds naar een nightclub, waar de Engelsen het over sharking hadden, ook wel girls hunting genoemd. Oranje ging voor de mooiste, maar ach wat is mooi in Engeland.

Donderdag Argentinië. Wat kunnen die jongens rugbyen: 45 – 0 verloren. Bij ons vielen er drie jongens uit en bij hun nul, fout deden we iets, maar ja dat kan gebeuren.

Vrijdag een dag met het gastgezin. Voor mij betekende dat een dagje uit met Janine, mijn Engelse engel.

Zaterdag training en rugby kijken natuurlijk. De Engelsen waren over de rooie dat Engeland gewonnen had van Schotland. Dus doken we om 6 uur de pub in en om elf uur strompelden de meesten er weer uit.

Zondag tegen Zweden. Hoofdpijn en winnen, dat waren de dingen waarover gesproken werd. De opstelling: Joop IJzelstein van Go(uda)DeRoZo, prop zoals in alle wedstrijden tot dan toe; Obbe Winkels (Ernie genoemd want Obbe konden die Engelsen niet uitspreken) zoals alle wedstrijden op de wing. In de kleedkamer was nu geen vuur in de ogen van de Oranjeleeuwen te zien, maar medelijden voor de tegenstanders, de Zweden. Oranje speelde goed, enorm goed, mega goed, zo goed zelfs dat we scoorden. We zetten de Zweden onder druk. De tweede helft: onze eerste center kickt en onze tweede center en ik gaan er achteraan. De tweede center roept mij toe: “Ik neem hem rechts, jij links.” “Oké” roep ik. Wat wij niet wisten was, dat de Zweed ons verstond en hij ging midden tussen ons door. In een uiterste poging hem alsnog te tackelen, verschoven er drie wervels bij mij, maar ik had hem wel. We WONNEN met 18 – 0. Op naar de boot.

Op de boot dronken worden en ……. dat kan ik me niet meer herinneren. Het dronken worden wel, want ik heb 24 uur achter elkaar geslapen. Dat was de afsluiting van een fantastische trip met een oranje tintje.

Obbe Winkels